spacer
spacer search

KLUFTERS.NL
van Klufters - voor Klufters

Search
spacer
Advertisement
Het Weer
Amsterdam
---
Amsterdam °C De Kooy °C Eelde °C Leeuwarden °C
header
Hoofdmenu
Home
Links
Otter Nieuws
Schrijf ons
Weerribben Nieuws
De Beverrat
de Ringslang
Vogels
Musea
Verblijf & Vertier
Webcams
Historische feiten
Oud Transport
Nieuwslezer
Evenementen
Inloggen
Gebruikersnaam

Wachtwoord

Vergeet mij niet
Wachtwoord vergeten?
Nog geen account?
Maak een account aan
Nieuwbrief
Blijf op de hoogte van de laatste otter feiten en abonneer u hier!

Naam
E-mail
Inschrijven
Uitschrijven
Wereld Tijd
Location
Bezoekers: 952653
 
Home

Logboek uitzetting otters PDF Print E-mail
Geschreven door Opgesteld door: Freek Niewold, Dennis Lammertsma & Hugh Jansman   
dinsdag, 01 maart 2005

Voor volledig bericht : zie otternieuws

Voortgangsberichten

Opgesteld door: Freek Niewold, Dennis Lammertsma & Hugh Jansman

 21 december 2004

De afgelopen weken is weer begonnen met het zoeken naar spraints (Uitwerpselen). De winterperiode is hiervoor het meest geschikt. In de Wieden werd een deel van de uitzetlocatie rond de Boschwijde en Venemaat bezocht, waar wijfje A17 en mannetje A18 zich bevonden toen de zenders uitvielen. Op een aantal locaties werden verse spraints gevonden. Hopelijk hebben A17 en/of A18 zich dus hier gevestigd. Begin januari zullen de spraints op DNA worden onderzocht en wordt hopelijk duidelijk wie de bewoners zijn van dit deel van de Wieden.

Ook in de Weerribben werd recente otteractiviteit waargenomen en werden verse spraints verzameld. Begin volgend jaar zal een uitgebreide speurtocht naar spraints plaatsvinden in en rondom de Weerribben en Wieden om een zo compleet mogelijk plaatje te krijgen van de aanwezige otters.

De zender van het wijfje A20 functioneert nog steeds. Ze houdt zich nog steeds op in het noordelijk deel van de Wieden, waarbij frequent uitstapjes gemaakt worden naar het zuidelijk deel van de Beulakerwijde. De Venenweg functioneert voor haar als grens van het activiteitsgebied, de duikers onder de Venenweg worden door haar niet gebruikt.

Recent werden de data m.b.t. de opvang en quarantaine van de otters uitgewerkt. Een uitgebreid engelstalig verslag is te vinden op (resultmonuk) Een filmpje over de opvang van A20 kan worden bekeken op (filmpjes) 

12 november 2004

Dode otter bij Emmen

Op 18 oktober is bij de Duitse grens (Zwartemeer bij Emmen) een dode otter gevonden, drijvend in het water voor een afvangrooster. De plaatselijke muskusrattenbestrijder heeft het al in verregaande staat van ontbinding verkerende dier opgevist, bekeken, gefotografeerd, vastgesteld dat het mogelijk om een otter ging en de restanten ter plaatse begraven. Na de melding en het bekijken van de foto’s heeft een onderzoeker van Alterra, samen met de muskusrattenbestrijder, de restanten opgegraven en meegenomen voor een nader onderzoek. Hieruit is gebleken dat het een ongemerkt volwassen mannetje betrof. Derhalve is het niet één van de uitgezette dieren uit de Weerribben of de Wieden. Het dier bleek een zware verwonding aan de buik te hebben met vele gebroken ribben. Vermoedelijk is de otter door een auto geschept, in het water beland en naar het afvangrooster gedreven. Volgens slijtagepatronen van het gebit was het dier nog niet erg oud. Uit een leeftijdsanalyse aan de hand van jaarringen in de tanden wordt de leeftijd geschat op 5-6 jaar. Uit genetische onderzoek naar de herkomst is gebleken dat het inderdaad niet om één van de uitgezette otters of een nakomeling daarvan ging. De herkomst blijft dan ook onduidelijk. Hoewel er wel meldingen zijn geweest van otterwaarnemingen uit het betreffende gebied kan hieruit niet de conclusie worden getrokken dat het dier hier al een tijd heeft geleefd. In de afgelopen periode hebben wij meer otterwaarnemingen ontvangen, maar steeds was het bij nader onderzoek onwaarschijnlijk dat het inderdaad ook om een otter ging. Meer betrouwbaar lijken waarnemingen over sporen en de karakteristieke spraints (mest), maar hierover zijn ons geen meldingen bekend.

Populatieontwikkeling

Het laatste uitgezette ottervrouwtje (A20) in de Wieden gedraagt zich voorbeeldig. Dit dier heeft nog steeds een werkende zender. Ze verblijft nog steeds rond de Beulakerwijde in het noordelijk deel van de Wieden en lijkt zich hier thuis te gaan voelen. Vrouwtje A19, waarvan de zender recent is uitgevallen, leek zich te hebben gevestigd in het zuidelijk deel van de Wieden rond de Bakkers Kooi. De laatste periode zijn door het uitvallen van de zenders erg weinig waarnemingen over de uitgezette otters verkregen. Komende winter wordt dit hopelijk anders, wanneer in het uitzetgebied intensief naar verse spraints zal worden gezocht. Uit het genetische onderzoek van deze spraints moet blijken waar en hoeveel otters er precies aanwezig zijn. Bovendien zal via dit onderzoek tevens eventuele voortplanting aangetoond kunnen worden.

14 september2004

Dinsdagochtend 31 augustus is het Poolse mannetje (A15) doodgereden op de N331 (dijk Vollenhove – Zwartsluis) op 2 km van de uitzetlocatie. De aanrijding vestigt opnieuw de aandacht op het risico van het verkeer voor de otters. Snelheidsbeperkende maatregelen rondom het uitzetgebied zijn dan ook aan te bevelen. Het dier verkeerde in goede conditie, zo is uit sectie op Alterra gebleken.

De zender van de Poolse otter is één van de inmiddels vier zenders waarvan werd aangenomen dat ze zijn uitgevallen. De zender is door de fabrikant (Microtes Wildlife Engineering) onderzocht op de oorzaak van het voortijdig uitvallen. Uit dit onderzoek bleek dat een mechanisch defect leidde tot een onderbreking van het elektrisch circuit (breuk van een messing verbindingsstrip (zie linkerzender)). Het lijkt dan ook aannemelijk dat de zenders van drie andere otters (A16, A17 en A18) ook zijn uitgevallen en dat deze dieren zich nog steeds in de Wieden bevinden. Twee dieren hebben nu nog een werkende zender. Het Letse wijfje (A20) verkent momenteel actief de omgeving van het uitzetgebied in het noorden van de Wieden. A19 verblijft de laatste weken in het gebied rond de Westelijke Schutsloot en lijkt zich daar definitief te vestigen.

 

19 augustus 2004

Twee weken geleden is in het noordelijk deel van de Wieden een zesde otter losgelaten. Het betreft een Lets wijfje (A20). Tot op heden is ze weinig actief in de directe omgeving van het uitzetgebied.

De afgelopen weken hebben de overige dieren de Wieden verder verkend. De Letse wijfjes en de Poolse man bevinden zich steeds binnen hetzelfde deel van de Wieden en lijken zich te gaan vestigen. Het Letse mannetje A18 vertoont de meeste activiteit. Hij maakte onlangs een uitstapje door het Meppelerdiep en bleef slapen op het industrieterrein van Meppel. De nacht daarop keerde hij terug naar de Wieden. De afgelopen week verliep minder gunstig. In de Wieden werden de laatste signalen ontvangen van de zenders van de twee uitgezette mannetjes. Ondanks uitgebreide zoektochten werd er geen signaal opgevangen van de dieren in of rond de Wieden. Afgelopen zaterdag 14 augustus werd gevlogen om de ‘vermiste’ mannen en het Letse wijfje A16 op te sporen. Van geen van de dieren werd iets gehoord. Het lijkt dan ook waarschijnlijk dat de zenders zijn uitgevallen. Alleen de drie wijfjes A17, A19 en A20 kunnen nu nog worden gevolgd.

29 juli 2004

Vier van de uitgezette dieren bevinden zich nog in de Wieden. Het Letse wijfjes A16 is sinds 12 juli vermist. Ze bevond zich het laatst in het noordelijk deel van de Wieden bij Steenwijk. Een zoektocht per vliegtuig had geen resultaat. De Letse man A18 vertoont tot op heden de minste activiteit en bevind zich nog steeds bij de uitzetlocatie. De Poolse man A15 bevindt zich in het gebied rond de Kleine Beulakerwijde en de Boschwijde waarbij frequent de Veneweg wordt gepasseerd. De Letse wijfjes A17 en A19 bevinden zich momenteel in het zuidelijk deel van de Wieden rond de Schutsloterwijde. A17 vertoonde tot nu toe de meeste activiteit. Zij verkende het gebied van het in de Noordoostpolder gelegen Voorster bos tot aan een zandwinplas bij Meppel. Bij terugkeer vanuit de zandwinplas, waarbij ca. 8 km in 1 nacht werd afgelegd, bezocht ze mannetje A18. Waarschijnlijk verplaatste het wijfje A19 zich hierdoor van de uitzetlocatie naar de Schutsloterwijde .

7 juli 2004

Uitgezette otters in De Wieden verkennen het terrein.

Vijf otters zijn er 25 juni uitgezet in laagveenmoeras De Wieden. Met behulp van de infrarood camera kon worden vastgesteld dat de otters tussen 23:15 en 1:30 de kooien verlaten hebben, de ene snel, de andere heel voorzichtig. Zoals al bij eerdere uitzettingen vastgesteld hielden de otters zich de daaropvolgende dagen in de directe omgeving van de uitzetplek op. Vanaf vorige week zijn ze actiever geworden waarbij enkele otters vele kilometers per nacht afleggen. Hierbij stuiten ze op de rasters die het oversteken van de gevaarlijke wegen moeten vermijden. Inmiddels zijn ten minste 2 otter rond de kleine Beulakkerwijde vastgesteld die de Veneweg moeten hebben gepasseerd. Een spraint voor een tunnel onder de weg doet vermoeden dat ze dat netjes via de tunnel doen. Vanaf vorige week vrijdag waren we een Letse vrouw kwijt. Na haar ook gisteren niet terug te hebben gevonden is vanochtend gevlogen. De dame A17 bevond zich bij Vollenhove aan de andere kant van het kanaal in het Voorster bos (Laboratorium). De Poolse man A15 en een Letse dame A16 (verkennen het gebied in elkaars nabijheid) bevinden zich rond de Kleine Beulakkerwijde; A15 bij de Stobbekamp/Walengracht en A16 bij het bezoekerscentrum van Natuurmonumenten. De Letse man A18 en een lets wijfje A19 houden zich nog op in de regio rond de uitzetlocatie. Dit jaar is een nieuw type zender gebruikt. Deze zender beschikt over een tijdschakelaar welke ervoor zorgt dat de zender 24 uur werkt en dan voor 24 uur inactief is. Zodoende moet de werkingsduur van de zender verdubbeld kunnen worden. Dit heeft echter wel consequenties voor de monitoring. De huidige vestigingsfase van de pas uitgezette otters is minder eenvoudig te volgen omdat je maar ‘de helft’ van de tijd kunnen monitoren. Daar staat tegenover dat we nu zeer waarschijnlijk in staat zijn om zwangerschap en worp van jongen al in een vroeg stadium vast te stellen nu de zenders ruim 1,5 jaar werken.

27 juni 2004

Nieuwe otters uitgezet in de Wieden

Op 19 en 20 juni j.l. zijn 5 otters in goede conditie aangekomen in Burgers Zoo te Arnhem, waar de dieren onder verdoving werden onderzocht en een zender is geïmplanteerd. Het betreft 1 Pools en 1 Lets mannetje en 3 Letse vrouwtjes. Afgelopen weekend zijn de dieren uitgezet in het moerasgebied "de Wieden" van de Vereniging Natuurmonumenten: www.natuurmonumenten.nl

22 juni 2004

Tsjechische wijfje doodgereden in de Weerribben.

Donderdag 17 juni rond 23:30 is het Tsjechische wijfje A03 doodgereden op de Heuvenweg in de Weerribben. Recent bleek op basis van DNA uit uitwerpselen dat zij de moeder was van ten minste 1 jong. Maandag 21 juni is te Alterra sectie verricht op haar lichaam. Hierbij werd het volgende vastgesteld. Tussen de uitzet in juli 2002 en nu is ze van 5,4 kg gegroeid naar 6,4 kg. De ribbenkast was op een aantal plaatsen gebroken en diverse organen waren beschadigd als gevolg van de aanrijding. De 4 grote tepels wezen uit dat ze niet al te lang geleden nog jongen voedde. Het melkklierweefsel was wel zichtbaar, maar niet meer actief. In de baarmoeder werden de littekens van 3 placenta’s aangetroffen zodat het op basis van DNA vastgestelde jong zeer waarschijnlijk nog een broertje en/of zusje heeft. Daarnaast werden in de baarmoeder 3 bevruchte eicellen (~0,25mm) aangetroffen. Dit betekent dat het wijfje in de afgelopen weken weer bevrucht moet zijn. Verder was het dier in goede conditie en werden geen opmerkelijke zaken vastgesteld. De implantzender heeft derhalve, zoals verwacht, geen negatief effect gehad op het reproductievermogen van het wijfje.

 

De verwachting is dat de jongen die dit wijfje achterlaat redelijke overlevingskansen hebben. De leeftijd van die jongen wordt op ruim 7 maanden geschat. Het opportunistische (jacht)gedrag in combinatie met de grote beschikbaarheid van voedsel in dit seizoen geeft de jongen goede kansen. Door de dood van dit wijfje bestaat de otterpopulatie in de Weerribben nu uit 4 volwassen mannen en slechts 2 of 3 volwassen vrouwen. Het zal nog zeker 18 maanden duren voordat de afgelopen herfst/winter geboren jongen geslachtsrijp zijn. Deze aanrijding vestigt weer de aandacht op het risico van verkeer op het overleven van otters. Hoewel het een smalle doorgaande weg betreft, met een maximum snelheid van 60 km/h, is het duidelijk dat otters erg kwetsbaar zijn. Het verdient dan ook aanbeveling om alle wegen binnen het uitzetgebied aan te passen door snelheidsbeperkende maatregelen aan te brengen.

9 juni 2004

De analyses van spraints die afgelopen winter verzameld zijn leverde goed nieuws op voor de herintroductie. De eerste jonge otters zijn geboren! Van een tweetal spraints, gevonden op 26 en 28 januari van dit jaar, kwam de helft van het DNA profiel overeen met dat van een bekend wijfje en de andere helft met het profiel van een bekend mannetje. De eerste spraint werd gevonden bij een spraintlocatie van het Wit-Russische wijfje A01. Uit de ouderschapsanalyse blijkt dat A01 en de Zweedse otter A05 de ouders zijn. Het mannetje betreft dezelfde otter die in 2002 al eens is aangereden, maar dat dus goed heeft overleefd. Vooralsnog is onduidelijk wat het geslacht is van de jonge otter aangezien de DNA geslachtsanalyse nog geen definitieve resultaten heeft opgeleverd. Ook is onduidelijk of dit het enige jong is uit deze worp of dat er meer jonge otters zijn geboren in de Weerribben. Een tweede DNA profiel is afkomstig van een jong met als ouders het Tsjechische wijfje A03 en het Wit-russische mannetje A12. De spraint werd gevonden op een spraint locatie van het betreffende wijfje en correspondeert met het activiteitsgebied van het mannetje A12. Voor de herintroductie kan dit bewijs van voortplanting als een groot succes worden opgevat. Voortplanting is namelijk het bewijs dat de gevestigde dieren het goed doen en in zekere mate zelfstandig zijn in hun voortbestaan. De populatie van 8 volwassen otters is echter nog veel te klein om volledig zelfstandig te zijn. Vandaar dat over enige weken in de Wieden een nieuwe groep van otters zal worden uitgezet. Voor het dierecologisch onderzoek is dit ook een prachtig succes. Nog nooit eerder werd op basis van DNA uit uitwerpselen bij otters voortplanting en ouderschapsanalyse succesvol toegepast.

27 mei 2004

Gedurende de afgelopen winterperiode is intensief gezocht naar spraints (otterkeutels) in het uitzetgebied. In totaal werden 248 spraintlocaties gevonden, waarvan de helft in bos, eenderde in rietland en de rest in grasland lag. Van de 750 gevonden spraints werden er 76 als zeer vers beoordeeld en geanalyseerd op de aanwezigheid van DNA. Hiervan leverden 19 spraints voldoende DNA op om aan de hand van de bij uitzet bepaalde DNA paspoorten te bepalen van welke otter de spraint afkomstig was. De voorlopige resultaten bevestigen dat de 6 otters die zich in de Weerribben vestigden nog steeds aanwezig zijn. De spraintlocaties van de 6 dieren bevonden zich binnen de activiteitsgebieden uit de periode waarin de zenders nog functioneerden (zie figuur). Daarnaast werd otter A08 in de Wieden aangetoond. Verder is er een aanwijzing dat otter A00, het wijfje uit de eerste lichting dat al enkele weken na de uitzet werd vermist, zich nog in het uitzetgebied zou kunnen bevinden. Echter, aangezien de bandjespatronen van een aantal spraints, waaronder die van otter A00, onvolledig zijn moeten de resultaten nog met de nodige voorzichtigheid worden geïnterpreteerd. Hoewel de resultaten tot nu toe bemoedigend zijn dient de gebruikte methode verder te worden geoptimaliseerd.

Meldingen

Het afgelopen voorjaar kwamen verschillende meldingen van otters of -sporen binnen via de website. De meeste meldingen konden niet worden bevestigd door sporenonderzoek of het betrof andere zoogdiersoorten zoals beverrat. In de Weerribben werd een vraatspoor gemeld en werd een zichtwaarneming gedaan van twee parende otters op een locatie die naadloos overeenkomt met het terreingebruik van het laatste otterwijfje met een werkende zender. Deze laatste melding lijkt goed nieuws..

 

16 maart 2004

In het noordelijk deel van de Weerribben werd tijdens het zoeken naar spraints door Roel van Klink een bij de staart aangevreten snoek aangetroffen. Diezelfde avond werd de infrarood camera geplaatst. Vroeg in de avond werd een otter betrapt bij de prooirest. Het filmpje kan worden bekeken op
(filmpjes) 

 6 februari 2004

Sporen speuren in de sneeuw. Lang hebben we er naar uitgekeken: sneeuw! Nu op een na alle zenders zijn uitgevallen is het wenselijk om aan de hand van sporen die otters in het terrein achter laten te herleiden waar ze zijn en hoe het met ze gaat. Het speuren naar sporen in sneeuw is dan het makkelijkste wat er is. Helaas zijn de winters de laatste jaren niet meer wat ze geweest zijn en het was dan ook maar afwachten of de sneeuw zich aan zou dienen. Vorige week was het dan zover. Woensdag namiddag begon het te sneeuwen en dit stopte rond 22:00 zodat de ottersporen van de activiteit die nacht niet dicht sneeuwden. Donderdagmorgen werd door medewerkers van Alterra, Staatsbosbeheer, Natuurmonumenten, Fryske Gea en Stichting Otterstation Nederland in de Weerribben, Wieden, Lendevallei, en de Rottige Meenthe naar ottersporen gespeurd. Globaal kan aan de hand van de pootafdrukken een indruk worden verkregen van het geslacht van de otter (mannetjes groter dan vrouwtjes), leeftijd (jonge otters kleiner dan volwassen otters) en de manier van voortbewegen (langzaam of snel verplaatsend). Indien het ook voldoende gevroren heeft en de waterwegen begaanbaar zijn is het zelfs mogelijk om de gehele nachtelijke route te herleiden door het spoor (wat vele kilometers lang kan zijn) te volgen. Het moge duidelijk zijn dat dit donderdagmorgen echter niet aan de orde was. We waren al lang blij dat we voor zeer korte periode even in de gelegenheid werden gesteld om een indruk te krijgen van de activiteiten in de uitzetbiotoop. Al met al leverde het niet veel opzienbarende resultaten op. Alleen op de bekende plekken, de Weerribben en de noordkant van de Wieden, werden sporen van otteractiviteit aangetroffen. We gaan er dan ook vanuit dat de situatie niet structureel gewijzigd is en dat het dus nog steeds 7 otters betreffen; 3 wijfjes en 4 mannetjes.

 11 september 2003

In de afgelopen periode zijn alle zenders uitgevallen op één na. De zender van het Wit-Russich vrouwtje werkt nog en zij bevindt zich nog steeds in haar normale activiteitsgebied. Het dier vertoont haar normale gedrag. Een zichtwaarneming wees uit dat ze geen jongen bij zich had. Van één otter zonder werkende zender werden eind juli met een infraroodcamera opnamen gemaakt (zie foto) in het zuidelijk deel van de Weerribben. Waarschijnlijk betreft het hier het Tsjechische wijfje. Aangezien vrijwel alle zenders zijn uitgevallen zijn we voor de monitoring nu afhankelijk van sporenonderzoek en toevallige waarnemingen door derden. Voor de monitoring betekent dit dat de inspanningen sinds enige tijd steeds meer gericht zijn op het vinden van verse spraints. Vooral in het najaar en komende winter zal hier veel tijd aan besteed gaan worden. Aangezien de mogelijkheid bestaat dat de otters de Weerribben verlaten zal ook in een ruime straal rond de Weerribben naar ottersporen gezocht worden. De afgelopen periode is besteed aan het operationeel krijgen van de technieken voor de DNA- en hormoonanalyse van de in de Weerribben gevonden spraints van de afgelopen periode. Eind september worden naar verwachting de resultaten bekend en wordt duidelijkheid verkregen omtrent de bruikbaarheid van deze technieken om zicht te krijgen op het terreingebruik en reproductie van de uitgezette dieren.

 26 juni 2003

In de afgelopen week werd twee keer gevlogen vanaf vliegveld Teuge om eventuele verplaatsingen van otters waar te nemen. Op 25 juni kon van drie dieren in de Weerribben een signaal van de zender worden ontvangen. Het betreft het Wit-Russich vrouwtje en de twee Zweedse mannetjes. De eerste vlucht werd een gebied afgezocht langs de Veluwe Randmeren, via het Naardermeer en Loosdrecht tot aan het bij Rotterdam gelegen Tiengemeten en terug via Waal, Rijn en IJssel. Een binnengekomen melding van een zichtwaarneming van een otter bij Tiengemeten kon niet bevestigd worden. Hoogstwaarschijnlijk betreft het hier een beverrat (Nutria). De tweede vlucht werd gevlogen boven de Randmeren, Wieden, Weerribben, Rottige Meenthe, Wester- en Oosterschar, en de Friese meren tot de Deelen plus een deel van de Noordoostpolder. Aangezien de drie dieren met werkende zenders in de Weerribben nog steeds dezelfde activiteitsgebieden hebben en de zenders van de andere 5 dieren de afgelopen weken kuren vertoonden is het aannemelijk dat de zenders nu zijn uitgevallen. In de praktijk blijkt steeds weer dat er grote variatie is in de capaciteit van de batterijen. De komende weken zullen met name besteed worden aan het uitwerken en publiceren van de verkregen data uit het afgelopen jaar, het analyseren van de tot nu toe gevonden spraints (otterkeutels) op DNA en hormonen en het verder volgen van de drie nog aanwezige dieren met een werkende zender.

3 juni 2003

De 5 overgebleven otters uit de eerste lichting bewegen zich nog steeds binnen hun min of meer vaste leefgebieden in de Weerribben. Daarnaast bestrijkt een adult mannetje uit de tweede lichting een gebied tussen de Weerribben en Wieden en een sub-adult mannetje bevindt zich in de Wieden. Van de tweede lichting otters zijn 4 dieren zwervend en twee dieren omgekomen door het verkeer. Potentiele leefgebieden in de omgeving werden slechts tijdelijk bezocht. Van 5 otters ( 1 uit de eerste lichting en 4 uit de tweede lichting) ontbreekt elk spoor. Zij zijn hoogstwaarschijnlijk ver weggetrokken of de zender heeft het begeven. De vondst van een verkeersslachtoffer met een werkende zender bij Stedum, op ca. 80 km van de uitzetlocatie, lijkt erop te wijzen dat in ieder geval een deel van de uitgezette dieren ver is weggetrokken.

Van 2 wijfjes uit de eerste lichting is de zender recent uitgevallen doordat de batterijen op zijn. De monitoring verschuift nu steeds meer van telemetrie naar sporenonderzoek (opgangen, prooiresten, prenten en spraints (otterkeutels)). Vooral de analyse van spraints is nu van groot belang om duidelijkheid te verschaffen omtrent de aanwezigheid en voortplantingsstatus van dieren. In de afgelopen wintermaanden is een begin gemaakt met het intensief zoeken naar spraints. Van alle verzamelde spraints is de locatie beschreven en vastgelegd. Zeer verse spraints zijn ingevroren en worden binnenkort op DNA en hormonen geanalyseerd.

Van de in 2002 uitgezette dieren heeft uiteindelijk 47% zich gevestigd in het uitzetgebied. Dit percentage komt overeen met een soortgelijke uitzet in Zweden. De 3 mannen en 3 vrouwen in de Weerribben hebben het gebied volledig opgedeeld, terwijl een sub-adult mannetje alleen in de Wieden verblijft. Dit mannetje heeft de kleinste home-range van alle uitgezette dieren met een oppervlak van ca. 2 km2. De in de Weerribben gevestigde dieren hebben home-ranges van ca. 4-11 km2. Voortplanting werd tot op heden niet geconstateerd. Voor het opbouwen van de op dit moment uiterst kwetsbare populatie is derhalve aanvullende uitzet van dieren in aangrenzende gebieden dringend noodzakelijk.

18 maart 2003

Op dit moment zijn er nog zeven otters in het uitzetgebied. Zij worden intensief en met enthousiasme gevolgd door een drietal stagiairs. Zes dieren houden zich op in de Weerribben en een jong mannetje bevindt zich in de Wieden, in de omgeving van het Giethoornse meer. De door de individuele otters ingenomen leefgebieden zijn de laatste twee maanden nauwelijks gewijzigd. Tijdens de laatste vorstperiode waren de activiteiten wat beperkter, maar daarna bestreken de dieren weer hun oude gebiedjes. Daarbij valt op dat het zeer actieve mannetje zich nu slechts bij één vrouwtje ophoudt en daarmee ongeveer het leefgebied deelt. Er is ook nog een ander koppel dat frequent in elkaars nabijheid wordt gepeild. De andere twee dieren, ook een vrouwtje en mannetje, bewegen zich meer onafhankelijk van elkaar en de andere dieren. Het is duidelijk dat de dieren van dezelfde seksen ruimtelijk van elkaar gescheiden leefgebieden bezetten, maar dat tussen de seksen totale dan wel een grote overlap in leefgebied bestaat. Grote delen van de Weerribben worden door de dieren nauwelijks bezocht en ze komen nauwelijks buiten de grenzen van het Nationale Park.

Geleidelijk laten de otters ook duidelijker hun sporen achter en op bepaalde plekken zijn nu veelvuldig spraints gevonden. Deze plekken (ook wel otterlatrines genoemd) worden in kaart gebracht zodat we er straks gemakkelijk en snel de verse spraints kunnen aantreffen. Onderzoek aan DNA en zogenaamde zwangerschapshormonen in deze verse spraints moet ons ondersteunen bij de monitoring nadat de zenders zijn uitgevallen.

De zwervende otters

Het vrouwtje dat zich een tijd lang tijdens de vorstperioden ophield in tochten ten zuidoosten van Urk in de Noordoostpolder, heeft uiteindelijk toch weer de benen genomen en kon daarna niet meer worden opgespoord, ook niet met behulp van een vliegtuigje. Een tweede vrouwtje hield zich aanvankelijk op in de Rottige Meenthe. Op een gegeven moment begon zij zwerfgedrag te vertonen en verdween uit ons bereik. Een week later werd zij opgepikt in het Kuinrebos in de Noordoostpolder. Zij bivakkeerde er vooral langs de Kuinreplas, exact dezelfde plek waar eerder ook een andere otter zich enige dagen ophield. Op 17 februari werd zij met het vliegtuigje opgepikt bij Emmeloord. Twee dagen later verongelukte dit dier iets ten zuiden van deze plek. Evenals het verongelukte mannetje in Groningen verkeerde dit vrouwtje in een puike conditie. Vermoedelijk zou zij over enige tijd ovuleren. Dat biedt uitzicht op nageslacht in de Weerribben,. Overigens is het wel zo dat otters het hele jaar door jongen kunnen krijgen. De piek van geboortes ligt in het voorjaar.

Van de vijf otters, die nu nog op zwerftocht zijn ontbreekt nog steeds elk spoor. De laatste zoekactie met het vliegtuigje op 17 februari over een groot deel van de provincie Groningen, Flevoland en delen van Friesland leverde niets op. We kregen weer diverse meldingen uit het land van de mogelijke aanwezigheid van otters. Bij nader onderzoek ging het om muskus- en beverratten of Amerikaans nertsen. Hardnekkige verhalen over de aanwezigheid van otters rond het Paterswoldse Meer betroffen in ieder geval geen gezenderde dieren. Dit is met het vliegtuigje gecheckt.

13 januari 2003

De vaste kern

De uitgezette otters, die zich in het onderzoeksgebied van de Weerribben en aangrenzende Wieden en Rottige Meenthe ophouden, hebben weinig problemen gehad met de twee afgelopen vorstperioden. Tijdens de eerste periode in december waren er hier en daar nog open plekken vooral in de diepere plassen. Ook werden door Staatsbosbeheer pompen ingezet om wakken open te houden. De dieren zochten deze plekken aanvankelijk op, maar later bleken ze elders toch via gaten langs de oevers wel onder het ijs te kunnen komen. Het bewegingspatroon was aanvankelijk wat beperkter, maar later trokken ze over de bevroren plassen en sloten ook weer naar andere plekken binnen hun leefgebied.

De vaste kern van de nieuwe populatie wordt gevormd door de dieren, die in juli 2002 zijn vrijgelaten. Deze vijf otters bewegen zich nog steeds binnen hun min of meer vaste leefgebieden in de Weerribben. Het Tsjechische vrouwtje maakt daarbij nu en dan een uitstapje richting het Giethoornse Meer. Van de otters die in oktober/november zijn uitgezet, zijn nog drie dieren in het uitzetgebied aanwezig. Hun bewegingspatroon is nog niet geheel stabiel. Een volwassen mannetje houdt zich op rond het Giethoornse Meer en de Weerribben. Een jong mannetje bevindt zich momenteel in hetzelfde gebied en een vrouwtje zit momenteel in de Rottige Meenthe. Zij kwam nu en dan weer even in de Weerribben kijken.

Trekgedrag

Na het uitvoeren van een aantal vliegtrips in de afgelopen periode, is het bewegingspatroon van de dieren die het uitzetgebied verlaten hebben wat duidelijker geworden. Drie otters zijn onopgemerkt binnen twee weken plotseling verdwenen. Van twee van deze otters ontbreekt nog elk spoor en de derde otter werd na enige weken teruggevonden in de Noordoostpolder. Dit vrouwtje verbleef daar op verschillende plekken, o.a. in een poldersloot, de Kuinderplas en de Casteleijnsplas bij Emmeloord. Momenteel is zij weer onvindbaar en zij lijkt de polder te hebben verlaten.

 Drie andere otters konden bij hun vertrek uit het uitzetgebied beter worden gevolgd. Twee vrouwtjes vertrokken richting Friesland. Zij verplaatsten zich meer geleidelijk, waarbij de dieren enkele dagen op bepaalde locaties vertoefden, om zich daarna weer enkele kilometers te verplaatsen. Ze werden opgespoord in de potentiëel geschikte ottergebieden van de Rottige Meenthe, De Oldelamer en het Wester- en Oosterschar. Op dit moment is het onduidelijk waar zij zich ophouden.

Een derde vrouwtje heeft eerst enkele uitstapjes gemaakt o.a. naar de Wieden, maar kwam steeds weer terug. Zij verdween voor de Kerst en werd in januari teruggevonden in het zuidwestelijk gedeelte van de Noordoostpolder. Zij bevindt zich langs een dichtgevroren tocht in de twee meter brede ruige rietoever. Bij nadere inspectie bleken er ter hoogte van de dagrustplaats enkele kleine kwelwakken te zijn, terwijl ook langs de oever mogelijkheden aanwezig waren om te water te gaan. Deze otter vertoonde weinig activiteit, maar vissende reigers bevestigden de aanwezigheid van voedsel.

Dit betekent dat er momenteel zes otters zwervend zijn. Daarbij werden potentiële leefgebieden in de omgeving door de dieren wel bezocht, maar daarna weer verlaten.

Van vijf van deze otters ontbreekt nu elk spoor. Met behulp van een vliegtuigje is een groter gebied afgezocht. Resultaat is dat de otters zich niet in het Friese merengebied tussen Lemmer, Bolsward, Sneek, Leeuwarden, Drachten en Heerenveen, de Tjonger- en Lindevallei, Lauwersmeer, Leekstermeer, grote delen van de provincie Flevoland, de Veluwerandmeren, IJssel tot Deventer, Overijsselse Vecht tot Dalfsen en het gebied ten westen van de lijn Meppel-Zwolle bevinden. Zij zijn dus verder getrokken dan circa 50 km rond het uitzetgebied. Omdat de dieren nog zwervend zijn is het niet uitgesloten dat een aantal van hen nog zal terugkeren naar het uitzetgebied.

Conclusie

Geregeld komen er meldingen binnen uit het hele land over de aanwezigheid van mogelijk een otter. Tot nu toe bleek het om nertsen, muskus- en beverrat of bunzingen te gaan. Opmerkelijk is dat er deze periode geen meldingen zijn binnengekomen van ottersporen in de sneeuw. Hieruit blijkt dat de otters dus een vrij onopgemerkt leven leiden. Je zou ook kunnen stellen dat de dieren zich goed aan de geheel andere leefomstandigheden in ons land hebben aangepast. Er lijken dan ook in principe nog steeds geschikte leefgebieden voor de otter in ons land aanwezig. Bovendien bemerken wij bij de mensen in het veld, zoals vissers en rietsnijders, een duidelijke positieve gestemdheid over de mogelijke terugkeer van de otter. Uiteraard is het nog veel te vroeg om te concluderen dat de sterftefactoren door verkeer en visfuiken en nadelige effecten van milieuverontreinigende stoffen in voldoende mate zijn teruggedrongen.




Buiten het Tsjechische mannetje (overleden aan kanker) zijn er geen meldingen bekend van verongelukte of dood aangetroffen dieren.

Geregeld komen er meldingen binnen uit het hele land over de aanwezigheid van mogelijk een otter. Tot nu toe bleek het om nertsen, muskus- en beverrat of bunzingen te gaan. Opmerkelijk is dat er deze periode geen meldingen zijn binnengekomen van ottersporen in de sneeuw. Hieruit blijkt dat de otters dus een vrij onopgemerkt leven leiden. Je zou ook kunnen stellen dat de dieren zich goed aan de geheel andere leefomstandigheden in ons land hebben aangepast. Er lijken dan ook in principe nog steeds geschikte leefgebieden voor de otter in ons land aanwezig. Bovendien bemerken wij bij de mensen in het veld, zoals vissers en rietsnijders, een duidelijke positieve gestemdheid over de mogelijke terugkeer van de otter. Uiteraard is het nog veel te vroeg om te concluderen dat de sterftefactoren door verkeer en visfuiken en nadelige effecten van milieuverontreinigende stoffen in voldoende mate zijn teruggedrongen. Buiten het Tsjechische mannetje (overleden aan kanker) zijn er geen meldingen bekend van verongelukte of dood aangetroffen dieren.

In elk geval kan worden geconcludeerd dat na het eerste jaar van de herintroductie voorlopig een goed resultaat is geboekt met acht otters in het onderzoeksgebied en slechts één bekend sterfgeval. Het komende jaar belooft evenzeer een spannende periode te worden, waarbij wordt uitgekeken naar de eerste jonge otters.

20 november 2002

Het bewegingspatroon van de otters kreeg vanaf eind september, zoals zich dat begin september al liet aanzien, een meer voorspelbaar patroon, waarbij elke otter een bepaald deel van de Weerribben voor zich opeiste. De leefgebieden van de drie vrouwtjes zijn min of meer van elkaar gescheiden. Ze bezetten elk een andere hoek van het gebied. Er resteert in het centrum-zuidgedeelte nog een gebied dat door geen van de vrouwelijke dieren wordt benut. Het Tsjechische vrouwtje onderneemt nu en dan een uitstapje naar het Giethoornse Meer in de Wieden. Van de mannetjes is het grootste Zweedse dier duidelijk dominant. Hij beheerst het gehele centrale deel van de Weerribben en heeft de grootste actieradius. Een groot deel van zijn tijd wordt besteed aan het bezoeken van de vrouwtjes. Hij kan daarbij op een avond in sneltreinvaart het gebied doorlopen om alle drie de vrouwen met een bezoek te vereren. De andere Zweedse man deelt min of meer zijn leefgebied met dat van één van de Russische vrouwen, maar wel in het waterrijkste deel van de Weerribben. De Tsjechische man bewoonde een klein gebied in een druk door recreanten gebruikt deel van de Weerribben. In oktober verhuisde dit dier naar de Rottige Meenthe. Hier vertoonde hij al een minder actief gedrag en half oktober stierf hij, vermoedelijk als gevolg van een aandoening aan de galgangen. Verliezen van deze aard zijn mogelijk vooral onder voormalige dieren uit gevangenschap niet uit te sluiten.

Het bewegingspatroon veranderde in feite niet bij de uitzetting van de tweede groep otters in de tweede helft van oktober en begin november. Op dit moment worden door de otters van het eerste uur nog steeds dezelfde gebieden ingenomen. Er was wel duidelijk een reactie op de nieuwkomers. Op de uitzetplek bleven de nestkisten enige dagen staan en elke dag werden hier verse spraints aangetroffen van de otters van het eerste uur (de meest recent uitgezette dieren werden niet meer op deze plek gepeild).

De tweede uitzet

Op respectievelijk 28 oktober en 3 november zijn acht otters afkomstig uit Letland en Wit-Rusland binnen het gebied van de Weerribben in twee groepen van vier op twee verschillende plaatsen vrijgelaten.

Het bewegingspatroon van de nieuwelingen verschilde in beginsel niet van dat van de dieren van de eerste uitzet: langzaam en intensief een aantal plaatsen verkennen. Alleen verwijderden de dieren zich daarbij al snel van de uitzetplek, vermoedelijk als gevolg van de activiteiten van de reeds aanwezige otters. Ze werden alle aangetroffen aan de randen van de Weerribben in gebieden die niet door de andere dieren werden bezet. Een vrouwtje vertrok al na drie dagen uit de Weerribben, terwijl een aantal andere otters dit wat later deed.

Op dit moment zijn de drie uitgezette mannen nog actief in de Weerribben. Zij hebben daarbij een kleine actieradius, elk apart, juist in het gebied dat niet of nauwelijks door de andere dieren werd gebruikt. Van de uitgezette vrouwtjes is nog één dier in de Weerribben te vinden en wel geheel aan de noordwestelijke buitenkant.

Een tweede vrouwtje zwerft in de Noordoostpolder in de omgeving van het Kuinderbos. Een derde vrouw is naar Friesland getogen en houdt zich op rond de petgaten van het Wester- en Oosterschar (tussen Tjeukemeer en Heerenveen). Het vierde vrouwtje verblijft in de Rottige Meenthe en de vijfde vrouw werd voor het laatst gepeild bij de Dwarsgracht in de Wieden. Zij is echter de laatste week hier niet meer aangetroffen.

Er is kortom sprake van een ware uittocht, vermoedelijk onder invloed van de reeds aanwezige dieren. Tot nu toe legden ze daarbij geen grote afstanden af en zeker niet per nacht. Deze dieren zijn nu nog volop in beweging en het is afwachten waar ze zich uiteindelijk zullen vestigen.

11 november 2002

Medio oktober zijn 8 otters op Schiphol aangekomen en vervolgens in Burgers' Zoo in quarantaine gegaan. Het betreft 5 otters uit Letland (1 man, 4 vrouwen) en 3 otters uit Wit-Rusland (1 vrouw, 2 mannen). Nadat ze voldoende hersteld waren van de vlucht en van implantatie van een zender, is deze tweede lichting eind oktober (28 okt) en begin november (3 nov) in 2 groepen vrijgelaten in de Weerribben. De nestkisten werden op locatie geplaatst en geopend, waarna de aanwezige medewerkers het terrein verlieten. Met behulp van een infrarood-camera kon het verlaten worden gevolgd. Zo kon worden vastgesteld dat enkele otters direct de kist van een andere otter binnenliepen! Uiteindelijk verlieten alle otters in de nachtelijke uren de kist, de één snel, de ander zeer voorzichtig. Al direct werd duidelijk dat de verkenning van het terrein door deze otters sneller verliep dan bij de eerste 7 dieren in juli. Klaarblijkelijk is door die eerste groep een duidelijke infrastructuur van opgangen en wissels aangelegd, waar de nieuwkomers van profiteren. Vlak voor de uitzet is de intensiteit van de monitoring verhoogd om een goed beeld te hebben van de activiteiten van de eerste lichting dieren. Zodoende kon het effect van de nieuwkomers daarop duidelijk worden vastgesteld.

 In eerste instantie was er enige onrust in de groep, maar al snel hadden de otters van de eerste lichting hun vertrouwde territorium weer bezet. De otters van de tweede lichting zijn nog wat onwennig en erg beweeglijk. Enkele dieren hebben zich een plekje in de Weerribben weten te veroveren, maar het merendeel is nog zoekende. Hierbij worden ze zelfs al in de Rottige Meenthe en de Wieden aangetroffen. In hoeverre de otters hier blijven hangen is nog niet duidelijk. De intensiteit van de monitoring blijft hoog totdat de dieren een vaste plek hebben.Het bereik van de zenders is ongeveer 800 - 1000 meter en blijkt net te beperkt te zijn om de dieren in de uithoeken te kunnen peilen.

Op maandag 21 oktober werd het Tsjechische mannetje (van de eerste lichting) dood aangetroffen op een nest in het riet in de Rottige Meenthe. De laatste week was zijn activiteit al enigszins afgenomen. Onderzoek aan het dier, in eerste instantie bij Alterra in Wageningen en vervolgens bij Diergeneeskunde en Pathologie in Utrecht, toonde aan dat het dier vermagerd was en leidde aan een galgangtumor in de lever. Zeer waarschijnlijk had dit dier dit al op moment van uitzetten, hoewel dat aan zijn actieve gedrag niet was af te leiden.

Zondag 10 november is de omgeving van het dorpje Weerribben een otter aangereden door een auto. Toevallig was een onderzoeker ter plaatste. De otter bleef ongeveer 10 seconden versuft op de grond liggen, maar voordat de onderzoeker ter plaatse was, was hij alweer te water. Het dier heeft nog ruim 1,5 km afgelegd en is de hele nacht en ochtend doorlopend actief geweest. Deze Zweedse otter wordt de komende tijd extra gevolgd.

Op dit moment zijn we nog enkele dieren langdurig dan wel tijdelijk 'kwijt'. De verspreiding over het totale gebied kost veel zoektijd. Efficiënter is het om weer te gaan vliegen. We wachten op gunstig vliegweer. Eén otter zit op dit moment in de Rottige Meenthe, een ander dier in de Wieden en een derde dier is vorige week voor het laatst waargenomen ter hoogte van de Tjonger (ten noorden van de Rottige Meenthe).

1 oktober 2002

Regelmatig was het Tsjechische mannetje voor enkele dagen niet te peilen met de zenderantenne. Sinds twee weken blijkt dat hij zich in de Rottige Meenthe bevindt. Mogelijk was dat bij voorgaande tijdelijke 'vermissingen' ook het geval. Onduidelijk is nog welke route de otter van de Weerribben naar het noorden maakt. We hebben dat nog niet telemetrisch vast kunnen stellen. De Rottige Meenthe is niet eenvoudig met de boot of te voet toegankelijk, vanwege de afgesloten petgatenstructuur. Dit maakt het volgen lastiger. Vanuit de Rottige Meenthe kan de otter via de Linde naar het natuurgebied De Lindevallei trekken. Beide gebieden zijn onderdeel van het totale otteruitzetgebied. In het totale gebied (ca. 12.000 ha groot) zijn extra (beschermende) maatregelen getroffen voor de herintroductie van de otter.

De kans bestaat dat de otter doortrekt naar het noorden (bijv. Tjeukemeer). Mocht een otter daarmee buiten het otteruitzetgebied gaan zwerven, dan is het niet de bedoeling deze te vangen en terug te brengen. De overige otters vertonen vertrouwd gedrag op de bekende plaatsen. Aardig om te melden is dat het Tsjechische vrouwtje een nacht is gevolgd en toen naar een nieuwe dagrustplaats de Wieden is vertrokken. De omgeving van de Dwarsgracht en ten westen van Giethoorn heeft zij inmiddels bezocht. Afgelopen week keerde ze weer even terug naar de Weerribben. Momenteel is ze weer in de omgeving van de Roomsloot.

11 september 2002

Het is nu twee maanden geleden dat de eerste otters in de Weerribben werden vrijgelaten. In een soortgelijk Zweeds project vertoonden de uitgezette dieren na 8-10 weken nauwelijks meer verkennend gedrag en leken zij zich te hebben gevestigd. Hetzelfde kan momenteel gezegd worden van de otters in de Weerribben. De dieren hebben zich verspreid over het gebied gevestigd, waarbij het bewegingspatroon meer voorspelbaar is geworden. De seksen opereren in van elkaar gescheiden leefgebieden, met slechts een geringe overlap. Daarbij is het opmerkelijk dat de dieren van het als paartje uitgezette Tsjechische koppel geheel van elkaar gescheiden leefgebieden bezetten. De beide Zweedse mannetjes vertonen overlap in leefgebied met elk een Russisch vrouwtje. Opmerkelijk was dat een stel enkele keren samen werd aangetroffen op dezelfde dagrustplaats.

De otters verblijven nog steeds binnen de reservaatsgrenzen. Daarbij is het Tsjechische vrouwtje uitgeweken naar de omgeving van het Giethoornse Meer in de Wieden. Zij komt evenwel geregeld even kijken in de Weerribben. Zij benut de verbindingszone tussen de Wieden en Weerribben. Dit betekent dat geen van de otters trekgedrag hebben vertoond. Mogelijk met uitzondering van het oude vrouwtje uit Letland dat na drie weken plotseling uit de ether verdween. Een uitgebreide zoektocht met auto en vliegtuig leverde geen resultaat op. In elk geval werd zij niet aangetroffen in de directe omgeving van het uitzetgebied, te weten Veluwe randmeren, Zwartewater, delen IJssel en Vecht, Wieden, Lindevallei, Rottige Meenthe en Tjeukemeer. Totaal is ongeveer 300 vierkante km afgezocht Hoogstwaarschijnlijk is haar zender defect.

Dit laatste onderstreept nog eens het belang van het gebruik van radiotelemetrie in projecten als deze, waar alle dieren tellen. Tot nu toe zijn geen waarnemingen bekend van otters door derden. De otters worden slechts af en toe waargenomen. Deze kans wordt vergroot doordat de positie van de dieren bekend is. Er zijn tevens nog geen spraints (= otterpoep) aangetroffen, maar wel enkele visresten, vermoedelijk prooiresten van de otters.

Tot nu toe lijken er geen verschillen in het bewegingspatroon van de wilde otters en de dieren afkomstig uit gevangenschap. Dit is opmerkelijk aangezien deze laatste dieren slechts incidenteel levende prooien hebben gevangen. De nu ingenomen leefgebieden lijken wat betreft oppervlakte kleiner dan wat daarover in de literatuur wordt gemeld. Het aantal plassen en de oeverlengten per ha zijn in de Weerribben aanzienlijk. Nog steeds zijn de dieren soms ook overdag actief, wat mogelijkheden biedt voor observaties. Zo kon het Tsjechische mannetje enige tijd worden waargenomen tijdens het vissen.

Bij de monitoring is in deze eerste fase het accent gelegd op onderzoek naar bewegingspatronen en sterfte. Het onderzoek komt nu in een fase waarbij de aandacht meer gericht zal zijn op het functioneren van de uitgezette otters. Hoe benutten de dieren hun leefgebied in relatie tot de aanwezige bronnen als voedsel en dekking? Hoe zijn de onderlinge relaties? Daarnaast zal meer aandacht worden besteed aan de aanwezige knelpunten.

De belangrijkste conclusies van deze eerste fase van twee maanden na herintroductie zijn:

  • De dieren bevinden zich nog steeds in het uitzetgebied en er is geen sprake van migratie.
  • Het verlies is beperkt gebleven tot mogelijk 1 dier
  • Zowel de wildvang- als gevangenschapdieren lijken zich goed te hebben aangepast.
  • De eerste experimentele herintroductie is tot nu toe bijzonder succesvol.

3 september 2002

De laatste weken is er weinig opvallends te melden. De dieren vertonen nog steeds het vaste gedrag, waarbij enkele dieren grote rondes maken en andere bijzonder plaatstrouw zijn. Ze bevinden zich nu verspreid door de hele Weerribben. Het Tsjechische wijfje bevindt zich nog steeds in de omgeving van de Roomsloot.

Regelmatig zijn we een dier voor een of enkele dagen kwijt. Het zou kunnen dat een dier even de Weerribben verlaten heeft, maar waarschijnlijker is het dat in een uithoekje zit waar we bij de standaard peilronde niet dicht genoeg in de buurt komen. Met name ten oosten van de Hamgracht zit een gebied waar de vaarwegen doodlopend zijn en die we nauwelijks betreden. Wel is het al enkele keren voorgekomen dat achter in zo'n geul een otter zich ophoudt die dan net vergenoeg van de ontvanger verwijderd blijft om opgemerkt te worden. Zodra de ronde is gemaakt blijkt het dier dan niet opgemerkt te zijn, waarna bekeken wordt waar het zich schuil zou kunnen houden. Bij de volgende ronde worden die uithoeken dan wel meegenomen. Soms wordt het dier daar dan aangetroffen, maar vaak is het alweer op een beter bereikbare locatie teruggekeerd.

De Letse otter is nog steeds niet gepeild. Of de zender is defect of ze is buiten bereik van de ontvangstantenne. In de randen van het otteruitzetgebied werd ze niet gepeild. De voorbereidingen zijn nu zover dat eind deze week een zoektocht met vliegtuig naar deze otter is gepland.

12 augustus 2002

De belangrijkste gebeurtenis in de afgelopen periode was het niet meer kunnen peilen van het vrouwtje uit Letland. Na drie weken was dit het minst actieve dier, dat een vrij klein gebied rond de uitzetplek bestreek. Zij bevond zich uiteindelijk buiten dit gebied, om de volgende dag onvindbaar te zijn. Er is overal op geschikte plaatsen in de wijde omgeving gezocht, maar zonder resultaat. Daarbij zijn ook twee meldingsplekken van otterwaarnemingen afgezocht. Gezien het beeld van activiteiten van de overige otters ligt een plotseling wegtrekken over grote afstand eigenlijk niet voor de hand. Er moet daarom rekening worden gehouden met voortijdige zenderuitval. Dit is onvermijdelijk bij het gebruik van radiotelemetrie. Mocht deze otter om welke reden dan ook gestorven zijn, dan werkt de zender nog wel. Aan de signalen is zelfs te horen hoe actief de otter is. Er zijn geen meldingen gedaan van een dode otter. Een zoektocht per vliegtuig wordt nu voorbereid.

 

Geleidelijk aan is nu bijna het gehele gebied van de Weerribben door één of meer otters verkend. Daarbij lijken de mannen wat actiever. Het Tsjechische vrouwtje houdt zich nog steeds op in het gebied gelegen in de verbindingszone tussen de Weerribben en Wieden. Ze zwemt nog steeds geregeld onder een brug door, maar ze houdt zich soms ook akelig dichtbij de weg op, in rietpercelen en parallelsloten. Zowel het ruimtegebruik als het activiteitspatroon van de uitgezette dieren is te omschrijven als wispelturig. De otters kunnen een tijd lang in een beperkt gebied actief zijn om dan plotseling weer een ander gebied te verkennen of terug te keren naar een reeds eerder bezet gebied. Het lijkt er op dat de dieren daarbij nu toch, na zes weken, wat afstand van elkaar nemen en afzonderlijke activiteitsgebieden gaan innemen. Interacties zijn daarbij zeker aan de orde. Binnen een eenmaal verkend gebied kunnen de dieren zich vrij snel verplaatsen (1-2 km per uur). Dit gebeurt zwemmend en duikend, aangezien de dichte begroeiing geen snelle verplaatsing op de oever toelaat. Nieuwe gebieden worden nog steeds in vrij langzaam tempo verkend.

De otters zijn 's nachts het meest actief, maar worden soms ook midden op de dag actief aangetroffen. Daarbij kunnen behoorlijke afstanden worden afgelegd, vooral in de vroege ochtend. Een dier was zelfs overdag actief langs de drukke Heuvengracht, maar hij liet zich niet zien. Zichtwaarnemingen blijven schaars, maar hun luidruchtige gedrag is veel vaker waar te nemen. De otters houden zich meestal op in de oeverzones, maar ze hobbelen ook wel over land bij oversteek naar aangrenzende petgaten en in graslanden met polderslootjes.

24 juli 2002

Ruim twee weken na het uitzetten komt er wat meer beweging in de dieren. Het Tsjechische vrouwtje heeft de Weerribben verlaten en bevindt zich nu regelmatig in het grensgebied met De Wieden. Het is nog te vroeg om te veronderstellen dat dit een definitieve uittocht is. Een Russisch vrouwtje keerde bijvoorbeeld, na een week vertoeven op een andere plek, weer terug naar de omgeving van de uitzetplek. Overigens lijken de dieren afkomstig uit gevangenschap het meest reislustig. Zij bevinden zich nu op 5,5, 3,4, 1,8 en 1,5 km van de uitzetplek, rechtstreeks (hemelsbreed) gemeten. De andere dieren hebben hun dagrustplaats op respectievelijk 1,4, 0,5 en 0,5 km afstand van de uitzetplek. Een van de Zweedse otters houdt zich op aan de noordrand van de Weerribben. Hij maakte een nachtelijk uitstapje naar de weg Ossenzijl-Kuinre, dicht achter een boerderij, dwars over grasland en langs kleine slootjes. Het Tsjechische mannetje is op een rustig punt de Heuvengracht overgestoken. Het algemene activiteitspatroon is nog steeds hetzelfde. Per nacht leggen de dieren in totaal afstanden af van hooguit 1-3 km, dikwijls zelfs minder. Ze blijven vaak langdurig op ongeveer dezelfde plek. Bij verkenningstochten in nieuw gebied is de afstand niet meer dan 1-2 km per nacht. Wel kunnen ze zich in bekend gebied vrij snel verplaatsen.

15 juli 2002

Na een week verblijven alle 7 dieren nog in de Weerribben. Ze hebben ons nog niet echt voor problemen geplaatst. Ze zoeken wel de meest rustige gebieden uit. Ze zijn nog niet bij behuizingen of drukke vaarroutes geweest. Geleidelijk verschuiven de otters hun activiteiten meer buiten het strikte uitzetreservaat, waarbinnen zich nog drie dieren ophouden. Het gedrag verloopt ongeveer alsvolgt. De dieren verplaatsen zich langs het water tot ca. 1-2 km van hun vorige verblijfplaats en verkennen de eerstvolgende dag(en) dit nieuwe gebiedje (doorsnee enkele honderden meters). Daarna gaan ze weer terug of zoeken een ander nieuw gebiedje op. De verst weggetrokken otter bevond zich op hemelsbreed 4 km van de uitzetplek. De per nacht afgelegde afstanden zijn klein en soms is hun activiteit ook gering. Dit duidt mogelijk op een goede voedselsituatie. Het is lastig voor de onderzoekers om de dieren te zien te krijgen, ofschoon ze zich weinig van onze aanwezigheid lijken aan te trekken. Wel zijn ze bij het voedsel zoeken nogal luidruchtig. Er is ook veel geplons en gekrijs van opgeschrikte vogels te horen.

De otters zijn niet alleen nachtactief. Rond middernacht lassen ze meestal een siësta in. Vooral in de vroege ochtend zijn ze bij daglicht nog actief. Eén van de Zweedse mannetjes is met name overdag actief. De dieren moeten via ontmoetingen en geursporen van elkaar op de hoogte zijn, ofschoon de dagrustplaatsen uit elkaar liggen. Af en toe zoeken de Zweedse broertjes elkaar weer op. De dieren verplaatsen zich via de open wateren en slootjes, soms ook via nat riet en moerasbos. De meeste dagrustplaatsen bevinden zich op enkele meters uit de oevers in de ruigten.

10 juli 2002

Na de eerste drie dagen zijn alle dieren binnen het uitzetgebied gebleven tot maximaal 700 m vanaf de uitzetplek. Ze leggen geen grote afstanden af maar blijven een poosje op dezelfde plek (vissen en slapen) om dan weer wat verder te trekken. De eerste dag zaten alle dieren apart maar later zijn er zeker ontmoetingen geweest. Zo hebben de beide Zweedse dieren een tijdje met de Letse vrouw opgetrokken. Een Zweed en de beide Tsjechen hebben we bezig gezien met vissen. Daarbij at de Tsjechische vrouw steeds kleine vissen. Het is een bewijs dat de gevangenschapsdieren snel zelf kunnen vissen. Het lijkt er verder op dat deze dieren wat vaker al bij daglicht actief zijn. Kortom, in principe lijkt de gevolgde uitzetstrategie geslaagd. Na vrijlating verkennen de dieren rustig de omgeving zonder naar alle kanten te verdwijnen. De verwachting is dat de dieren geleidelijk verder zullen trekken.

8 juli 2002

In het Nationaal park De Weerribben in noordwest Overijssel heeft staatssecretaris Geke Faber 7 otters toevertrouwd aan de Nederlandse natuur. Volgens de eerste berichten vergaat het de otters uitstekend.

24 juni 2002

De otter is weer terug in Nederland. Deze week zijn twee Wit-Russische otters en een otter uit Letland aangekomen in Nederland. Over circa drie weken zullen deze otters samen met twee Tsjechische otters uitgezet worden in de Nederlandse natuur. Het gaat om drie vrouwelijke en twee mannelijke otters. Er zullen nog twee mannelijke otters aan worden toegevoegd, afkomstig uit Zweden. Deze dieren zijn in genetisch opzicht het meest verwant aan de vroeger in Nederland levende otters (Jansman et al., in voorb.). In 1988 werd de laatste otter van Nederland doodgereden.

Voordat de otters uitgezet kunnen worden gaan ze in quarantaine. De dieren worden onderzocht op parasieten en er worden DNA-monsters genomen. Ook krijgen de otters een zender geïmplanteerd. Op die manier kunnen de otters gevolgd worden als ze zijn uitgezet in de vrije natuur.

 

In juli worden de otters in Nederlandse wateren uitgezet. Het water in de moerasgebieden de Wieden, de Weerribben, de Rottige Meenthe, Lindevallei en Oldematen in Noordwest Overijssel en Zuidoost Friesland is weer van voldoende kwaliteit. Om de kans te verkleinen dat otters omkomen in het verkeer zijn in de afgelopen jaren barrières langs wegen, waterlopen en spoorlijnen door middel van tunnels en passages passeerbaar gemaakt. Ook zijn er afspraken gemaakt met de vissers om te voorkomen dat de otters verdrinken in fuiken.

Laatste update ( donderdag, 22 september 2005 )
< Vorige   Volgende >
spacer
De omgeving
eigen040.jpg
Otter weetjes
De Otter 1

De otter (Lutra lutra) is een roofdier dat tot de familie van de marterachtigen (Mustelidae) behoort. De otter kan 70-120 cm lang worden en 7-15 kg wegen. De mannetjes zijn groter en zwaarder dan de vrouwtjes. De vacht van de otter is donkerbruin met lichtbruine tot grijze wangen, keel, borst- en buikzijde. Otters zijn typische oeverdieren en brengen het grootste deel van hun leven bij het water door. De amfibische leefwijze van de otter is herkenbaar in de lichaamsbouw.


  © Copyright 2005 by CModifications
Powered by Mambo
spacer
Laatste update: February 23, 2011, 5:09 pm